Slapen en rust
Dommelen en slapen zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Tijdens de meeste slaapfases blijven de zintuigen half wakker.
Als een kat af en toe diep in slaap is, dan verandert de lichaamshouding. Meestal rolt hij zich dan van de ene kant naar de andere, sommige spierpartijen kunnen samentrekken, soms geeft hij een kreetje. Vaak droomt hij dan. Tijdens de diepe slaap zijn de ogen stijf dicht en de oren zijn uitgeschakeld. Hij slaapt dan zo vast dat hij niet wakker wordt als je zachtjes tegen een oorpunt blaast. De enige reactie is, dat hij in een reflex met zijn oor trekt. Dit verschijnsel wordt de paradoxale slaapfase genoemd en duurt ongeveer 6 minuten. Maak je dus niet bezorgd als je dit ziet.
Als een kat in zijn slaap zijn buik laat zien is dat het beste bewijs van vertrouwen. De kat voelt zich beschermd en hoeft nergens bang voor te zijn.
Alle katten liggen het liefst daar waar ook hun mensen gezellig bij elkaar zitten: in bed, op de schommelstoel, op de tv. Als je dat niet wilt, moet je vanaf het begin consequent zijn: zet de kat net zo lang weer op de grond totdat ze opgeeft.
Als hulp om katten te leren niet op bepaalde plaatsen te komen kan dienen om een mandje te zetten op de plaats waar
je de kat neerzet na het weghalen van de verboden plaats. Leg in dit mandje een gedragen stukje kleding. De beledigde kat kan zich hierin terugtrekken.
Gun uw kat na het eten een rustpauze. Een kat die net gegeten heeft, heeft rust nodig om zich schoon te maken en voor een kort slaapje ter bevordering van de
spijsvertering.
Katten verslapen 40 tot 60% van hun leven.
Meer dan de helft van de katten wordt niet wakker bij plotseling lawaai. Als je hun naam roept worden ze echter wel
wakker.
Gemiddeld slaapt een kat 18 uur per dag. Dit is verdeeld over een lange
diepe-slaap-periode, een aantal korte siësta's en wat dommelpartijen. Een uur per dag is hij bezig met
lichaamsverzorging, een half uur om de maag te vullen en een half uur voor
gymnastiek en nagelverzorging. De rest van de tijd wordt gevuld met jagen,
spelen en aandacht trekken.
Vanaf ongeveer 1 jaar tot een jaar of 5 slapen ze echter minstens 4 uur minder.
Als een kat opstaat van zijn slaapje zul je zien dat hij uitgebreid gaapt, langzaam opstaat
de leden één voor één strekt en daarna slepend en rustig aan zijn eerste
toer begint. Dit wordt verklaard door het feit dat als hij zich veilig voelt
zijn slaapplaats niet direct hoeft te verlaten. Bovendien hoeven dieren die niet
op de jacht zijn aangewezen, maar alleen op sluiptoer gaan, niet direct helder
wakker hoeven te zijn. Met dezelfde rust zal de kat gaan slapen. Hij snuffelt
even, draait enkele keren, probeert een paar posities uit, poetst nog wat en
gaat dan lekker liggen.
Een kat
stopt de voeten
onder de voorpoten als hij zich volledig veilig voelt. Hierbij is hij eigenlijk helemaal weerloos. Ook de staart wordt dan om het lichaam gekruld. Het toppunt
van veiligheid geeft hij aan als de kop in de buikstreek doet.
Deze houding bespaart ook veel energie, omdat er maar een klein deel van het lichaam vrij ligt.

Slaapplekjes moeten warm zijn. In de winter slapen katten graag bij elkaar om warm te blijven. Geef
je kat als vervanging eventueel een slaapdier van echte wol.
Een slaapplaats moet warm, hoog en zacht zijn (in deze volgorde). Warmte omdat dan weinig energie
nodig is. Hoogte omdat dat bescherming biedt tegen vijanden en ideaal als
uitkijkpost. Zacht wordt dan eventueel ingeruild voor het vervullen van de
eerste 2 eisen.
Als de slaapplaats ook nog op een holletje lijkt is aan alle eisen voldaan.
Aquaria hebben voor katten een dubbele aantrekkingskracht. Door het glas zien ze de
vissen, wat tot een zwiepende staart kan leiden. Het kan zelfs leiden tot het maken van geluiden omdat ze echt zin in een hapje krijgen. Het deksel is een behaaglijke warmtebron en dus een uitstekende plek om te doezelen.
Hier komt nog bij dat het monotone geluid van de pomp een rustgevende invloed
heeft op nerveuze katten.
Als je kat op een dag langer slaapt of zelfs het ontbijt niet aanraakt dan ligt dat aan de overgang naar de
zomertijd of wintertijd. Katten hebben even nodig om aan deze nieuwe toestand te wennen.
Een kat valt vaak gewoon om van de slaap na een woeste jacht of een wild spelletje.
Omdat deze inspanning de lichaamstemperatuur verhoogd heeft, probeert de kat op
warme dagen extra koeling te krijgen. Dat doet ze door poten en staart zo ver
mogelijk uit te strekken. De buitenlucht koelt het bloed af dat door de poten en
staart stroomt, zodat de temperatuur na een uur weer naar normaal gedaald is.
Als je kat van de ene op de andere dag zijn lievelingsplekje mijdt, hoeft
je je niet direct zorgen te maken. Misschien ben je van wasmiddel veranderd of heeft een ander dier deze heilige plekken gebruikt. Soms is het een van zijn nukken: hij heeft besloten een nieuw plekje uit te zoeken.
|